Casus beeldcommunicatie

Student: Marjolein van de Laak

Opleiding: CTO drama  Januari 2005

 

Inleiding

Ik liep stage op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen in Nijmegen. Dit is een school voor speciaal basisonderwijs. De kinderen die op deze school zitten zijn tussen de 6 en 13 jaar oud en zijn op het reguliere basisonderwijs vastgelopen door hun gedrag.

Verschillende kinderen werden doorverwezen naar mij voor dramatherapie, naast dramatherapie was er ook speltherapie op de instelling. Ik heb zelf vooral dramatherapie gegeven maar bij een enkel kind ook beeldcommunicatie ingezet.

Deze casus gaat over een therapie waarbij ik met beeldcommunicatie heb gewerkt.

 

Casus beschrijving

Naam van het kind is wegens privacy redenen gewijzigd.

 

Mick is een jongen van acht jaar oud en hij woont samen met zijn ouders in Nijmegen. Hij heeft geen broers of zussen. Het gezin is van Vietnamese afkomst; deze taal spreken ze ook thuis. Mick is zelf in Nederland geboren maar een groot deel van de familie woont nog in Vietnam.

Beide ouders werken fulltime, als ze werken is Mick bij een Vietnamese oppasmoeder in de buurt. In zijn vrije tijd speelt Mick met leeftijdsgenoten en de kinderen van zijn oppasmoeder.

Mick wordt in 1999 geschorst op de reguliere basisschool. De reden hiervan was dat zijn gedrag onhandelbaar en agressief was. Hij wordt voor onderzoek op een PI school geplaatst. Er is sprake van taal en spraakproblemen die mogelijk de oorzaak zijn van zijn gedragsproblemen. Volgens vader is zijn Vietnamees wel op niveau.

Reden verwijzing naar dramatherapie:

De leerkracht van Mick maakt zich zorgen. Hij gaat bijna niet vooruit en oogt somber na de vakantie. In de vakantie is het gezin naar Vietnam geweest omdat oma erg ziek is. Zijn moeder heeft een aantal miskramen gehad. De ouders zijn hier heel open naar m toe. Mick lijkt veel met dood en ziekte bezig te zijn.

Ik krijg Mick in observatie met de volgende observatievragen:

-          Is Mick veel met ziekte en dood/ baby’s bezig en hoe belastend is dit voor hem?

-          Is Mick een kind met weinig eigenheid? Hoe zit dat met zijn egosterkte?

-         Is Mick een moeilijk lerend kind? Begrijpt hij instructies en is spelniveau voldoende?

 

Observatie

Mick is een klein jongetje dat zelfverzekerd over komt, haast arrogant. ( regelmatig zegt hij dat hij dat makkelijk kan, dat hij het beste is etc)

Hij weet ook al snel wat hij wil. Hij geeft mij “bevelen” in wat ik moet doen. De eerste sessie speel ik dan ook zijn knecht als rol. Met het opbouwen van het decor gaat hij snel in de weer. Wat zwaardere blokken laat hij mij doen zonder dat hij het eerst zelf probeert. Ik moet uitkijken dat ik niet zijn slaafje wordt.

Mick is erg op zoek naar grenzen, in zowel spel als buiten spel. Dit uit zich in proberen als langer in de ruimte willen blijven na einde van de therapie maar ook gevaarlijker gedrag zoals in spel bijna een groot blok op mij gooien.

De grens van fantasie en realiteit lijkt niet altijd duidelijk voor hem. Hij kan van spel onverwachts overgaan in realiteit en omgekeerd. Hij kiest ook meer voor spelletjes als hoepelgooien dan echt dramaspel.

Tijdens het spel is er nog niet veel mimiek zichtbaar, ook worden er nog geen andere stemmen gebruikt. De spelvaardigheden moeten nog ontwikkeld worden.

Het contact tussen hem en mij groeit naarmate de sessies vorderen. Ik geef hem steeds meer structuur en duidelijkheid waardoor hij minder over grenzen heen gaat.

De laatste observatiesessie is het familiespel. Ik heb hiervoor poppen gebruikt om de grens van fantasie en realiteit te verduidelijken. In dit spel worden eerst alle kinderen( baby’s) opgegeten door vader. Hierna gaat ook de grote broer( staat metafoor voor Mick zelf?)en moeder eraan. We spelen het nog een keer en nu is de grote broer de boosdoener. Dit alles gaat heel snel achter elkaar. Het kan symbool staan voor de miskramen van moeder. Er is een boosheid maar misschien ook een angst voor die dood( gaat heel snel) bij Mick aanwezig.

 

Conclusies en doelen na de observatieperiode

Terugkomend op de observatievragen voorafgaand aan de therapie kan het volgende gezegd worden:

-          Is Mick een moeilijk lerend kind? Begrijpt hij instructies en is spelniveau voldoende?De instructies lijkt Mick goed te begrijpen mits het duidelijk uitgelegd wordt. Zijn spelniveau is een ander verhaal. Onderscheid tussen realiteit en fantasie lijkt hij nog niet te kunnen maken. Ook het dramatische spelen kan hij nog niet, zijn spelniveau zit meer op het niveau van een peuter, zoals verstoppen, hoepelen. Met het poppenspel kan hij beter uit de voeten, maar ook dit spel is weinig gedetailleerd. ( poppen worden snel op elkaar geslagen, terwijl Mick zegt dood, en dood en dood. Spel duurt zo slechts enkele minuten.

-          Is Mick een kind met weinig eigenheid? Hoe zit dat met zijn egosterkte? Mick komt in eerste instantie juist over als een kind met veel egosterkte, hij lijkt heel erg zelfverzekerd maar dit kan ook een masker zijn. Echt duidelijk is het nog niet.

-          Is Mick veel met ziekte en dood/ baby’s bezig en hoe belastend is dit voor hem? Alleen in het familiespel komt de dood naar voren, ook baby’s staan hierin centraal. Goed vormgeven kan Mick het echter nog niet.

In overleg met het multidisciplinaire team worden de volgende doelen voor Mick gemaakt:

Algemene doelen:

1.      Mick voelt zich veilig.

2.      Mick kan zijn gevoelens uiten en vorm geven.

( Angst voor de dood en ziekte vorm geven)

 

Dramadoelen:

1.      Mick heeft spelplezier

2.      Mick kan onderscheid maken tussen fantasie en realiteit.

3.   Mick leert verschillende dramavormen kennen en gebruiken.

 

Het poppenspel lijkt Mick meer mogelijkheden te bieden om zijn problemen vorm te geven. De eerste sessie na de observatie geeft hij echter aan dat hij poppen heel stom en kinderachtig vind. Hij is niet te overtuigen om het toch te proberen. Ik besluit spelmartiaal zoals play-mobiel, kleine diertjes etc in te zetten en met beeldcommunicatie te werken.

 

De therapie met gebruik van beeldcommunicatie

Mick is als hij het spel materiaal klaar ziet staan al meteen enthousiast. Hij kent het van thuis en wil er graag mee gaan spelen.

De eerste keer komen we amper tot spelen toe omdat Mick te veel poppetjes ziet die hij allemaal wilt gebruiken. Samen bekijken we daarom uitgebreid wat er allemaal is.

De keer erop beperk ik het aanbod voor Mick eerst een beperk aantal categorieën speeltjes; poppetjes, dieren. Aanvullend materiaal zoals stoeltjes, autootjes, blokken laat ik even achter wegen. We spreken af dat ieder tien dingen mag uitzoeken. Zo geef ik ook duidelijk de grenzen aan, Mick bleek in observatie al veel behoefte aan grenzen te hebben. Het geeft hem zo veel meer veiligheid.

Ik volg hem deze eerste keer bijna volledig, als hij een diertje pakt, pak ik ook een diertje om aan te sluiten bij hem. Mick zet de poppetjes allemaal naast elkaar in een halve kring. Ik zet mijn poppetjes in zo’ n zelfde rij tegenover hem. De gezichten van zijn poppetje wijzen mijn kant op en die van mij weer zijn kant op. Zo ontstaat er een cirkel van poppetjes.

Mick begint heel langzaam te spelen, hij lijkt het echt moeilijk te vinden. Het wordt een spel van poppetjes uit de rij optillen en in snel vaart naar mijn poppetje er tegenover brengen deze om te duwen, er op te slaan etc. De poppetjes worden niet echt als mensen gebruikt maar meer als voorwerpen waar je mee kan spelen.

Dit spel blijft zich herhalen, ik ga verwoorden wat er gebeurd en ik zie.

 

“Het verwoorden is de basistechniek van de beeldcommunicatie. We menen deze het best te omschrijven als: betekenins-gevend verbaal begeleiden van wat het kind laat gebeuren”[1]

 

Ik zeg bv: Het kleine hondje gaat naar de tijger toe,  en gooit de tijger om.

Zo verduidelijk ik aan Mick wat er letterlijk gebeurd

Vervolgens probeer ik de gevoelens van het spel onder woorden te brengen. Ik heb het dan over de gevoelens van mijn poppetjes. De tijger zegt bv…Wat komt dat hondje doen? He, hij gooit me op de grond!! Dat vind ik niet zo leuk.

Dit kan voor verdere verdieping van het spel gebeuren te zorgen[2].

Het gaat hier dus niet op de gevoelens van Mick zelf. Zo probeer ik ook meer duidelijk te krijgen. Mick reageert echter nergens op.

Het spel blijft zich nog steeds zo herhalen, Mick zet steeds weer de poppetjes in de halve kring. Het voor mij nog niet meteen duidelijk of hij dit bewust doet of dat hij niet anders weet. Hij gebruikt de poppetjes immers nog steeds niet als personen maar puur als materiaal wat je kunt gooien. Het doel van de therapie was ook om Mick meerdere vormen van drama te laten leren kennen, dus daarom besluit ik om meer model te staan voor wat de mogelijkheden zijn met het gebruik van dit materiaal. Ik verzin daarom een spel en vertel Mick dat hij daarna een verhaal mag verzinnen. In mijn spel maken de poppetjes heel basaal kennis met elkaar. Hierbij verwoord ik ook nog heel veel. Ik wandel bv. met een poppetje naar zijn groepje poppetje, en zeg ondertussen…”zo ik ga even naar die poppetje lopen hoor”. Daar aangekomen: “hoi, ik ben tijger en kom veen kennis maken met jullie…wie zijn jullie” Mick reageert hier wel op, en heeft zichtbaar plezier. Hij antwoord op mijn vragen, maar blijft heel afwachtend. Ik nodig de poppetjes allemaal uit om strakjes bij mij op de thee te komen en ga weer terug. Mick blijft hierna afwachtend zitten…Ik laat mijn poppetje zeggen tegen mijn andere poppetjes: “de overburen komen zo gezellig thee drinken, ze zullen haast wel komen”. Ik fluister uit rol naar Mick dat hij best al mag komen.

 

Fluisteren wordt in de dramatherapie vaak gebruikt om even uit rol te kruipen en zo uitleg of vragen te stellen. Het onderscheid tussen therapeut en de rol blijft zo duidelijk terwijl het spel door kan gaan.

 

Aarzelend komen de poppetjes van Mick dichterbij.

Na dit spel mag Mick een verhaal spelen. Dit verhaal is bijna exact hetzelfde als mijn verhaal, alleen laat hij de poppetjes nog even van een blok glijden. Dit is het patroon van de poppetjes toch minder als mensen zien, hij gooit ze namelijk meer naar beneden als blokken.

In de sessies verder blijft Mick mij nadoen, hij lijkt uit zichzelf nog niet in staat te zijn om zo te spelen. Mijn stagebegeleidster die ook speltherapeut is komt een keer kijken en concludeert ook dat Mick zijn spelniveau nog erg laag is, hij zit nog op het niveau van systematisch neerzetten van spelmateriaal en het laten leven beheerst hij nog niet.

Besloten wordt dat ik het spelmateriaal verder gebruik om zijn spelniveau te verbeteren zodat hij dan uiteindelijk beter zijn gevoelens in spel kan gaan uiten.

De laatste tien minuten van de sessies mag Mick zelf iets verzinnen. Hij is na een kwartier met het materiaal spelen vaak moe, het vraagt toch veel van hem. Hij kiest er daarom vaak voor om een lekker holletje te maken met kussens en doeken en daar in te kruipen. Een heel veilig holletje. Heel af en toe kom mag in de buurt van zijn holletje komen, maar er in mag ik nog niet. Ik sluit zo aan bij zijn behoeften en geef hem veiligheid, misschien de symbolische veiligheid van een kind in de baarmoeder…warm en veilig van de buitenwereld af.

 

Afsluiting therapie

Mick gaat in de klas weer vooruit met het leren en zijn moeder is inmiddels weer zwanger en deze keer gaat het goed. De therapie wordt voorlopig gestopt, om evt Mick misschien later speltherapie te geven om verder te werken aan zijn gevoelens en spelontwikkeling.

Kort na de afsluiting van de therapie heeft Mick er een zusje bij. De cirkel van dode baby’s lijkt hierbij afgesloten.

 

Conclusies en evaluatie

Doordat Mick zijn spelniveau heel laag was heb ik gekozen om beeldcommunicatie in te zetten. Ook hier bleek zijn niveau heel laag. Het uiten van zijn gevoelens in spel was daarom nog heel erg moeilijk. Eerst moet hij de mogelijkheden van spel ontdekken. Dit ging heel erg langzaam beter. De beeldcommunicatie gaf Mick wel de veiligheid om te experimenteren.

 

 

 

 

 

 



[1] Helledoorn, J(1992) Beeldcommunicatie; een vorm van kinderpsychotherapie Bohn Stafleu Van Loghum blz 73

[2] Helledoorn, J(1992) Beeldcommunicatie; een vorm van kinderpsychotherapie Bohn Staflau Van Loghum blz 77