Narratieve Sandplay en DramatherapieÖ.

Een goede combi?

 

 

Claudia Hass

Creatieve Therapie, drama HF3

Narratieve Sandplay en Beeldcommunicatie

15 Ė 04 Ė 2005

claudiahass@hotmail.com

 

Iedereen heeft een eigen verhaal.

De een heeft hoge bergen beklommen, draken en demonen verslagen, de ander kabbelt rustig over een rivier langs de mooiste bloemen en planten.

Toch verdient ieders verhaal aandacht.

Want zeg nu zelfÖÖ.er is toch niets zo fijn als wanneer iemand met gespitste oren naar je luistert, met oprechte aandacht jouw verhaal aanhoort?!

Ieders verhaal verdient aandacht.

Nu is het niet voor iedereen gemakkelijk om gevoelens en gedachten van persoonlijke aard onder woorden te brengen. Niet voor niets zeggen we vaak; ďwoorden schieten tekort .ď

Gelukkig zijn er ook andere manieren om je verhaal te vertellenÖ.

In dit artikel zal ik onderzoeken welke manieren dat zijn en hoe je die op elkaar kunt laten aansluiten.

 

Inleiding

Praten over problemen is binnen de hulpverlening niet altijd de juiste aanpak. Vooral voor kinderen kan het bezwaarlijke redenen hebben om erover te praten;

-         Kinderen beschikken nog over een beperkte woordenschat en taalontwikkeling, wat het voor hen extra moeilijker maakt hun gevoelens en gedachten in woorden uit te drukken.

-         Voor kinderen komt er nog een moeilijkheid bij; Veel van de problemen waarmee een kind worstelt, hebben direct te maken met zijn relatie tot zijn ouders. Tegelijkertijd is hij, omdat hij nu eenmaal kind is, in hoge mate van diezelfde ouders afhankelijk. Openlijk spreken over die problemen kan dan ook erg bedreigend zijn, terwijl het bovendien het kind voor een ernstig loyaliteitsconflict kan plaatsen.

Gelukkig zijn er verschillende alternatieve therapievormen, waaronder narratieve sandplay en dramatherapie. Deze therapievormen maken beiden gebruik van de verbeelding van een cliŽnt en leggen minder de nadruk op het verbale aspect.

Toen ik de module narratieve sandplay volgde, ontdekte ik dat sandplay en dramatherapie, het beroep waar ik over enkele maanden voor afstudeer, een aantal essentiŽle overlappingen hebben. Dit bracht mij op het idee om verder te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn met dramatherapie en sandplay en of een combinatie van beiden realistisch is.

 

Narratieve sandplay, dramatherapie en verhalen

Om te beginnen zal ik u bekend maken met een aantal voor dit artikel belangrijke definities.

Allereerst een korte definitie van sandplay-therapie;

Zandspeltherapie is een ervaringsgerichte therapievorm waarbij gebruik wordt gemaakt van zand, water en een grote diversiteit aan spelmateriaal met veel miniatuurtjes en allerlei natuurlijke objecten.

Dan de definitie van dramatherapie;

Dramatherapie is een professionele behandelingsvorm

waarbij via interventies in en het ensceneren van situaties ervaringen worden opgedaan die psychische en/of psychosociale processen beÔnvloeden.

Er wordt gebruik gemaakt van alle aspecten die bij toneel komen kijken. Je kunt situaties in scŤne zetten, fictief of realistisch, je kunt verhalen maken, je kunt lichamelijke en/of zintuiglijke oefeningen doen, kortom alles wat maar met toneel te maken heeft.

Beide werkvormen maken gebruik van verhalen. De cliŽnt vertelt de therapeut zijn/haar verhaal. Afhankelijk van de therapievorm gebeurt dit d.m.v. miniaturen of dramawerkvormen. Aangezien verhalen een belangrijke rol spelen in beide therapievormen zal ik daar kort iets over vertellen;

De therapeut kan op verschillende wijzen een verhaal toepassen. Ik zal een paar werkwijzen noemen.

De therapeut kan de cliŽnt een zelfgeschreven verhaal aanbieden of zich laten inspireren door bestaande verhalen (Olthof & Schuite 1982; Rosen 1982; Peseschkian 1986).

Daarnaast kan de cliŽnt zijn probleemsituatie zelf in een verhaal vertalen. De therapeut kan vervolgens op het verhaal antwoorden en samen kunnen ze het verhaal steeds verder doorvertellen. De Mutual- Storytelling Technique bij kinderen van Gardner (1971) is hierop gebaseerd.

White geeft in het boek Narrative means to therapeutic ends (White 1990) voorbeelden van brieven van hulpverleners aan cliŽnten.

Wilt u meer informatie over mogelijke verhaalmethoden verwijs ik u naar een artikel van A.Bodde over Verhalen binnen dramatherapie (2005).

 

Een mogelijke aanpak

De misschien wel belangrijkste overeenkomst tussen de drie genoemde werkvormen is dat het binnen de beelden, het spel of het verhaal kan blijven. Een koppeling naar de realiteit is bij alledrie de werkvormen niet noodzakelijk.

Toch zijn het verschillende werkvormen, en hebben ieder hun eigen kracht. Waarom dan niet gebruik maken van alledrie de werkvormen en zo de krachten bundelen?

Ik ben van mening dat het goed mogelijk is de drie werkvormen te combineren en wil u nu een beeld geven van een mogelijke aanpak waarin alledrie de werkvormen terugkomen.

Fasen

Ik ben zelf van mening dat het verstandig is om met sandplay te beginnen.

Sandplay biedt namelijk veel veiligheid, plezier en creŽert voldoende afstand. Vooral voor kinderen is het spelen met poppetjes vertrouwd terrein.Daarbij beschikt sandplay over een methode die de levenslijn van een cliŽnt goed in kaart kan brengen. Ik zou er dan ook voor kiezen hier tijdens de 2e of 3e sessie mee te beginnen. De eerste sessie zou ik de cliŽnt laten kennis maken met het materiaal.

Als de cliŽnt voldoende vertrouwd is met het materiaal en zijn eigen verhaal zou ik overgaan naar het maken van een verhaal. Hiervoor kan de therapeut zelf een methode kiezen die bij die specifieke cliŽnt aansluit.

Als er dan een duidelijk verhaal ontstaan is, kan de therapeut samen met de cliŽnt de belangrijkste verhaalmomenten in uitschrijven tot toneelscŤnes. Als dit gedaan is kan voorzichtig de overstap gemaakt worden naar het daadwerkelijk spelen van de scŤnes.

Ik ben van mening dat door deze opbouw de stappen naar een nieuwe werkvorm zo klein mogelijk zijn.

Ik zeg er wel bij dat het per cliŽnt kan verschillen en dat de therapeut altijd zal moeten blijven reflecteren waar de cliŽnt aan toe is en waar hij behoefte aan heeft. De keuze voor de uiteindelijke volgorde leg ik dus geheel bij de therapeut neer.

Erickson (1983) en Zeig (1985) geven een aantal richtlijnen voor de ontwikkeling van een narratief. De fasen die zij noemen kunnen een goede handleiding zijn voor het maken van een narratief. Sommige fasen, met name de eerste vier, kunnen wellicht ingekort worden omdat deze tijdens de sandplay-periode al aan bod zijn gekomen. Hierbij is de therapeut vrij van de fasen af te wijken.

Fasen in de ontwikkeling van een narratief;

1)      CliŽnt vertelt levensloop, aangevuld met feitelijke gegevens.

Deze worden op bord geschreven.

2)     Groepsleden worden gevraagd te associŽren op die gegevens van stap 1.

3)     Beelden en associaties worden geordend tot 1 of meerdere themaís.

4)     Hulpverlener kiest het thema uit waarmee hij zich meest vertrouwd voelt.

5)     Context kiezen waarin het narratief zich zal afspelen.

6)     Probleemsituatie van de cliŽnt wordt nu omschreven binnen de context en het taaldomein van het narratief.

7)     Narratief wordt naar een plot, climax, spanningspunt of crisissituatie gebracht.

8)     Er wordt een andere draai/afloop aan het verhaal gegeven of er worden meerdere nieuwe elementen ingebracht, hierbij kunnen associaties van stap 2 hulp bieden.

Houding/aandachtspunten therapeut

Er zijn een aantal belangrijke punten die de therapeut in acht moet nemen alvorens hij begint met deze werkvormen.

Het proces binnen spel en/of verhaal laten verlopen vraagt van de therapeut het nodige.

Hij zal de controle los moeten laten en erop moeten vertrouwen dat de kracht van het spel/verhaal haar werk doet. Je weet nooit zeker of het verhaal of spel doorwerkt in de rest van het leven van de cliŽnt. Een goede terugkoppeling met de omgeving van de cliŽnt en tijdige reflectie met behandelcoŲrdinator en/of cliŽnt kan daarbij belangrijk zijn.

Ter ondersteuning kan de therapeut ook een analyse maken van het geobserveerde spel. Hellendoorn (1992) geeft hiervoor in Beeldcommunicatie, een vorm van kinderpsychotherapie richtlijnen. Hij noemt de formele analyse, inhoudsanalyse, interventieanalyse en de interactieanalyse. Deze analyse kan de therapeut zelfstandig maken om toch overzicht op het proces te behouden.

Een belangrijk aandachtspunt in de houding van de therapeut vind ik de afstemming op de individuele cliŽnt. De therapeut zal telkens opnieuw moeten afstemmen op de cliŽnt voor een zo persoonlijk mogelijke benadering. Dit getuigt namelijk van respect en waardering voor diens persoonlijke verhaal. Zeg nou zelf, er is toch niets zo fijn als oprecht interesse voor je eigen persoonlijke verhaal?

Om goed te kunnen aansluiten bij de leefwereld en het verhaal van de cliŽnt is het volgens Zeig (Zeig 1985) nodig dat de therapeut zich verdiept in het narratief van de cliŽnt en de koppeling daarvan naar het leven van de cliŽnt.

Hiervoor verwijs ik u naar Olthof en Vermetten De mens als verhaal, Hoofdstuk 9 De praktijk van narratieve psychotherapie.

 

Slotwoord/conclusies en aanbevelingen

Ik wil tenslotte benadrukken dat de hierboven genoemde fasen geen vaststaande structuur hoeven te zijn. Iedere cliŽnt is anders en vraagt om een individuele aanpak. Ik acht het dan ook als belangrijk om per cliŽnt de volgorde van werkvormen en therapeutische houding te bekijken en in te zetten.

Als kanttekening wil ik nogmaals vermelden dat dit artikel gebaseerd is op literatuur over narratieve sandplay en dramatherapie en mijn persoonlijke ervaringen als dramatherapeut.

Het handelt zich hierbij niet om een onderzochte werkvorm. Slechts een opzet voor een mogelijke werkvorm die nog in de praktijk getoetst zal moeten worden.

Wellicht dat dit in de toekomst nog zal gebeuren. Heeft u voornemen in die richting, zou ik het op prijs stellen hierover op de hoogte gehouden te worden, zodat er eventueel informatie-uitwisseling plaats kan vinden.

 

Literatuurlijst

®       Hellendoorn, J., Groothoff, E., Mostert, P., & Harinck, F. (1992). Beeldcommunicatie, een vorm van kinderpsychotherapie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

®       Berkers, P. (2004)Verhalen, conversatie en dialoog. In Berkers, P., Narratieve Sandplay, 5, 91-94.Nijmegen: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

®       Olthof, J. & Vermetten , E. (1994), De mens als verhaal. De Tijdstroom.

®       Hogeschool Arnhem en Nijmegen (2005). Dramatherapie definitie. Opgevraagd 14 april 2005 afkomstig van http://www.han-cto.nl

®       Nederlandse vereniging voor Sandplay therapie (2005). Wat is Sandplay? Opgevraagd 14 april 2005afkomstig van http://www.sandplaynederland.org/sandplay.html

®      Bodde, A. (2005). Verhalen in dramatherapie .Opgevraagd 14 april 2005 afkomstig van http://members.chello.nl/p.berkers6/*