Spelen met Ďmoeilijkeí kinderen

Rosanne Derksen

Pedagogiek jan. 2005

In ons werk als pedagoog krijgen wij regelmatig te maken met kinderen die als Ďmoeilijkí bestempeld worden. We proberen uit de feiten en de verhalen van het kind en zijn/haar opvoeders een beeld te vormen en proberen vervolgens oplossingen te vinden. Die oplossing kan het doorverwijzen van het kind naar een bepaalde vorm van hulpverlening zijn. Ik vind dat er vaak te veel naar de feiten wordt gekeken. Er is naar mijn idee te weinig aandacht voor de beleving van het kind. IK wil jullie in dit artikel dan ook iets vertellen over beeldcommunicatie. Beeldcommunicatie als kindertherapie is in Nederland ontstaan tussen 1945 en 1955. Wij als pedagogen zijn niet alleen geÔnteresseerd in het kind, maar ook in het systeem rondom dat kind. Beeldcommunicatie sluit hier heel goed op aan door de grote aandacht die aan de beleving en invloed van ouders geschonken wordt. Ik wil jullie graag informeren over deze vorm van kindertherapie, in de hoop dat pedagogen bij het doorverwijzen ook eens aan deze vorm van hulp gaan denken. Ik zal allereerst uitleggen wat beeldcommunicatie nou eigenlijk inhoudt. Hoewel er nog weinig onderzoek gedaan is naar de effecten van deze therapie, zal ik vervolgens de geringe hoeveelheid informatie hierover bespreken.

 

Wat is beeldcommunicatie?

††††††††††† Moeilijke kinderen vertonen niet alleen afwijkend gedrag, maar ze ondervinden ook weinig begrip van volwassenen. Volwassenen hebben dan geen greep meer op het kind en ze hebben het gevoel dat ze elkaar kwijt zijn. Er is een grote afstand ontstaan tussen kind en volwassene. Het moeilijke kind is voor zijn opvoeders in zekere zin gesloten: ze weten niet wat er in het kind omgaat. Daardoor raakt de communicatie tussen hen verstoord. Veel vormen van hulpverlening proberen via praten de situatie te verbeteren.

††††††††††† Beeldcommunicatie is een therapievorm waarbij de nadruk niet ligt op praten, maar op spelen. Door middel van verschillende beeldende methoden (bijvoorbeeld tekenen, verven, kleien, poppenkastspel,etc) kan een kind onverwerkte ervaringen verwerken. Het communiceren met de therapeut gebeurt via dit beeldend verhalen. Het gebruik van taal als communicatiemiddel in de therapie heeft beperkingen, zeker als de cliŽnt een kind is. Ten eerste hebben vooral jonge kinderen nog moeite om zich verbaal uit te drukken en bovendien is niet alles verbaal uit te drukken. Dingen hebben niet alleen een algemene betekenis, maar ook een persoonlijke. In de hulpverlening gaat het dan ook om die persoonlijke betekenissen. Die moet men leren kennen en begrijpen, zodat het kind begrip voor zijn/haar situatie ervaart. Het gebruik van spel als therapeutisch middel is zeer geschikt voor kinderen omdat een kind in het spel belangrijke dingen uitdrukt.

††††††††††† Als een kind zijn/haar werkstukje voltooid heeft zal de therapeut proberen om nieuwe aspecten toe te voegen, waardoor het meer overeenkomt met de werkelijkheid. Hopelijk zal het kind daardoor oplossingen ontdekken die het ook in het dagelijks leven kan gebruiken.

††††††††††† Beeldcommunicatie dient plaats te vinden in een ruimte die rustgevend en tegelijk uitnodigend is. Er moet een grote diversiteit aan materialen aanwezig zijn, zodat het kind met dat materiaal kan werken waar het het liefst mee werkt.

††††††††††† De rol van de therapeut is in deze vorm van therapie zeer belangrijk. De therapeut heeft tot taak de omstandigheden waaronder de therapie plaatsvindt gunstig te houden. Ook probeert hij/zij een sfeer van rust en vertrouwen te scheppen en het kind aan te moedigen. Op het moment dat het kind vast loopt, probeert de therapeut het verder te helpen. Tijdens de therapie speelt hij/zij met het kind mee om het kind nog beter te kunnen begrijpen.

††††††††††† Binnen de beeldcommunicatie wordt ook veel aandacht geschonken aan de ouders van het kind. Een ouderbegeleider spreekt met de ouders over wat de therapie inhoudt, over hoe de ouders met het kind omgaan en hoe zij het kind en het ouderschap ervaren. Doel is dat de ouders op de hoogte gehouden worden van de vorderingen en wordt informatie uit deze gesprekken in de therapie gebruikt. De ouders krijgen meer begrip voor hun kind en wat het doormaakt.

 

Het effect van beeldcommunicatie

††††††††††† Zoals ik hierboven al aangegeven heb is er nog niet zo veel onderzoek gedaan naar het effect van beeldcommunicatie. Uit een onderzoek van Loeven & Harinckis gebleken dat de methode van beeldcommunicatie het meest geschikt is voor jonge kinderen ( jonger dan 10 jaar). Bij kinderen ouder dan tien jaar bestaat er meer de behoefte om te praten en staat de relatie meer centraal.

††††††††††† In het onderzoek van de Vroom wordt een onderscheid gemaakt tussen effecten op de korte termijn en lange termijn effecten. Omdat het niet juist zou zijn om alle kinderen over ťťn kam te scheren en de aard van hun problemen niet mee te nemen, zijn de problemen vande kinderen onderverdeeld in vijf categorieŽn: externaliserende problemen (beoordeeld door de ouders), internaliserende problemen (beoordeeld door de ouders), schoolresultaten, probleemgedragingen (beoordeeld door leerkracht) en acceptatie door moeder en leeftijdsgenoten (beoordelend door kind zelf). Resultaten van dit onderzoek wezen uit dat beeldcommunicatie op de korte termijn een duidelijk en significant effect heeft op internaliserende problemen. De kinderen die deze therapie ondergaan hebben vertoonden minder internaliserend probleemgedrag, hun zelfwaardering was gestegen en hun egoveerkracht was vergroot. Op de korte termijn is er ook een verschil gevonden op het gebied van acceptatie door de moeder. Dit verschil is echter niet significant en het geldt niet voor de acceptatie door leeftijdsgenoten (ondanks dat het onder dezelfde categorie valt). Beeldcommunicatie heeft op de korte termijn geen invloed op externaliserend probleemgedrag, schoolresultaten en probleemgedrag dat beoordeeld is door de leerkracht volgens dit onderzoek.

††††††††††† De resultaten voor het onderzoek naar de korte termijn effecten van beeldcommunicatie zijn verzameld direct na afloop van de behandeling. Voor de effecten op de lange termijn zijn de cliŽntjes en hun ouders tot vijftien maanden na de behandeling gevolgd. De gedragcategorieŽn die ik hierboven beschreven heb zijn bij het onderzoek naar de lange termijn effecten veranderd. De vijfde categorie (acceptatie door moeder en leeftijdsgenoten) is namelijk weggevallen. Het duidelijke effect van beeldcommunicatie op internaliserend probleemgedrag blijft. Tot vijftien maanden na de behandeling blijft er een verbetering zichtbaar ten opzichte van voor de behandeling. Bij het onderzoek naar de korte termijn effecten bleek dat beeldcommunicatie geen effect had op externaliserend probleemgedrag. Bij het latere onderzoek bleek dat er sprake is van een uitgesteld effect. Terwijl er direct na de behandeling nog geen verandering was, werd er bij de follow-up metingen wel een significant verschil geconstateerd ten opzichte van de situatie voor de behandeling.

††††††††††† De effecten van de behandeling zijn niet alleen gemeten met gestandaardiseerde instrumenten (zie bovenstaande resultaten), maar ook door beoordelingslijsten die door moeders, therapeuten en ouderbegeleiders ingevuld werden. Alle drie tendeerden naar een duidelijke vooruitgang in het gedrag van de kinderen. De moeders zijn het meest positief (82% van de kinderen is verbeterd), gevolgd door de ouderbegeleiders(62%) en als laatste de therapeuten (56%). Mogelijke verklaring voor het verschil tussen het oordeel van de moeders en de therapeuten is dat de therapeuten hun cliŽnten onderling met elkaar vergelijken.

 

Voor wie?

††††††††††† Natuurlijk is deze behandelingsmethode niet voor iedereen geschikt, net zo min als alle andere methoden en therapieŽn. De algemene indicatiestelling voor beeldcommunicatie luidt: er is sprake van persoonlijke probleemervaringen, in termen van verstoring van de relatie kind-werkelijkheid, die tot opvoedingsnood leidt. Beeldcommunicatie is in het bijzonder geschikt voorneurotische problematiek, psychosomatischeklachten en verwerkingsproblemen. Zowel voor het kind als voor de ouders zijn er een aantal voorwaarden waaraan men moet voldoen om de beeldcommunicatie succesvol te kunnen laten zijn. Voor het kind geldt dat het in staat moet zijn tot een zekere mate verbeelden, dat het over een minimum aan vitaliteit moet beschikken, er moet een toekomstperspectief zijn, het kind moet bereid zijn naar de therapiesessies te komen en het kind moet in staat zijn tot een actieve wisselwerking met de werkelijkheid en tot een zekere ordening en integratie van ervaringen. Kindfactoren die als een bedreiging voor het slagen van de behandeling worden gezien (contra-indicaties) zijn: het niet aanwezig zijn van bovenstaande voorwaarden en zeer ernstige verstandelijke handicaps, pervasieve ontwikkelingsstoornissen, kinderpsychoses en aandachtstekortstoornissen. Ook bij de ouders zijn er factoren die de kans op succes van de behandeling bevordert dan wel doet afnemen. Allereerst de voorwaarden: er moet enige gerichtheid op het kind zijn en een vermogen tot veranderen bij de ouders en als tweede moeten de ouders gemotiveerd zijn voor de behandeling. Het is belangrijk dat de ouders bereid zijn hun eigen handelen en hun houding ten aanzien van hun kind te onderzoeken en eventueel te veranderen. Contra-indicaties wat betreft de ouders zijn: het niet aanwezig zijn van bovenstaande voorwaarden en een afwijzende omgeving waarin voor het kind eigenlijk geen plaats is, die erg beangstigend is of geen toekomstperspectief biedt. Zowel voor het kind als voor de ouders worden aan het begin van de behandeling doelen opgesteld, zodat effecten van de therapie bepaald kunnen worden. Onderzoek heeft aangetoond dat vooral contra-indicaties bij de ouders de kans op succes van de therapie verminderen.

 

Tot slot

††††††††††† Ik hoop dat ik jullie met dit artikel heb geÔnteresseerd voor beeldcommunicatie als een vorm van kindertherapie. Ik wil nog wel benadrukken dat ik beeldcommunicatie zie als een goede aanvulling op het zorgaanbod en niet als een vervanging. Ik denk dat het dan ook belangrijk is dat pedagogen op de hoogte zijn van deze mogelijkheid voor kinderen die problemen hebben. Als je als pedagoog een Ďmoeilijkí kind tegenkomt en hem/haar moet doorverwijzen, is beeldcommunicatie misschien een mogelijkheid. Ik zou je daarom ook willen aanraden om deze therapie in je achterhoofd te houden tijdens je werk. Beeldcommunicatie is dus een mogelijkheid voor doorverwijzing. Het dient door een daartoe geschoolde therapeut toegepast te worden. Ga dus niet zelf met deze methode aan de slag. Natuurlijk is het moeilijk om op basis van alleen dit artikel een mening te vormen over deze therapie. Daarom zal ik hieronder nog een aantal titels noemen van boeken over beeldcommunicatie, zodat je jeverder in kunt lezen over dit onderwerp als je geÔnteresseerd bent geraakt.

 

         Titel: Effecten van kortdurende beeldcommunicatie, 1997

Auteur: Marie-Jozť de Vroom

         Titel: Het beeld als communicatiemiddel in de pedotherapie, 1960

Auteur: R. Lubbers

         Titel: Voortgang en nieuw begin in de opvoeding, 1966

Auteur: R. Lubbers