Narratieve therapie?

 

 

 

Keuzevak:                  Beeldcommunicatie/ Narratieve sandplay

Docent:                      Paul Berkers

Opdracht:                   Eindartikel

Student:                      Vanessa Westland

Studierichting:           MWD

 

 

Inleiding:

Voor mijn onderzoek wilde ik mij met name richten op de narratieve therapie. Ik had er voorheen namelijk nog nooit iets van gehoord, zelfs niet tijdens mijn stage bij het algemeen maatschappelijk werk.

Het leek mij interessant om over narratieve therapie eens het te gaan onderzoeken. Ik kwam al snel bij de vraagstelling:

 

“ Hoe krijgt de narratieve therapie vorm in het werkveld van de hulpverlening?”

 

Hiervoor moest ik dus op zoek gaan naar een instelling die met narratieve therapie werkt. Deze heb ik gevonden het was de Grift, het Gelders Centrum voor verslavingszorg. Hierdoor heb ik mijn vraagstelling aangepast tot het volgende:

 

“ Hoe gebruikt de Grift narratieve therapie in de hulpverlening die zij aanbiedt?

En kan ik later in het algemeen maatschappelijk werk narratieve aspecten  gebruiken?”

 

Zoals je ziet is mijn vraagstelling tweeledig. Allereerst ben ik gaan onderzoeken hoe de Grift omgaat met narratieve therapie. Hiervoor heb ik mensen geïnterviewd en heb ik stukken gelezen.

Daarnaast ben ik ook de koppeling gaan maken naar het werkveld waar ik zelf wil gaan werken. Op deze manier probeer ik voor mijzelf meer duidelijkheid te verschaffen over de narratieve therapie.

 

Ik heb mijn resultaten in een artikel geschreven dat jullie op de volgende bladzijden zullen vinden.

 

Vanessa Westland

 

 

Narratieve Therapie?

 

“Narratieve Therapie gaat uit van de gedachte dat het leven en de relaties van mensen enerzijds worden gevormd door de verhalen en de kennis waarmee de gemeenschap betekenis geeft aan de collectieve en individuele ervaringen en anderzijds door de praktijk van het samenleven die zich daarbij aanpast. De therapie bestaat uit het herschrijven van de verhalen.[1]

 

Ik ben op zoek gegaan naar de instelling die werkt met de vorm narratieve therapie. Via via kwam ik bij de Grift terecht, het Gelders Centrum voor verslavingszorg.

Mijn contactpersoon, Hanneke Lafeber, is hier psychologe en systeemtherapeute. Zij heeft een draaiboek opgesteld voor een narratieve partnerrelatiegroep, met de veel betekende titel; ‘Op zoek naar een ander verhaal’. De groep wordt gegeven door twee therapeuten, waaronder Hanneke Lafeber, en één creatief therapeut.

Aan de groep kunnen cliënten van De Grift en hun partner deelnemen. Het maakt niet uit welk middel(drank, drugs etc) men gebruikt, maar een voorwaarde is wel dat het middelengebruik onder controle is.

De grootte van de groep is altijd tussen de drie en de vijf echtparen.

 

Zo’n draaiboek klinkt al goed, maar hoe ziet het er nu uit.

Ik zal aan de hand van de opbouw van het programma dit proberen uit te leggen. Hierbij zal ik niet het gehele draaiboek met alle activiteiten uit gaan leggen, dat wordt teveel.

Ik zal daarom het houden bij de opbouw van het programma. Wel zal ik bij elke fase een activiteit beschrijven die in de groep wordt gehouden en die wij herkennen uit het keuzevak.

 

Het programma van de groep is in drie fasen opgebouwd.

Fase 1

Allereerst is er de startfase.

In deze fase staan deze vragen centraal:

Hoe beleeft men de hun huidige leefsituatie, met in het bijzonder hier hun relatie?

Welke invloed hebben de problemen op hen en op de relatie gehad?

Welke veranderingen wensen zij in dit alles?

 

Herkenbare activiteit

Lichamelijke uitbeelding van de relatie. In de systeemtherapie ook wel beter bekent onder de naam sculpting.

“Deze techniek maakt gebruik van handelingen zonder woorden. Een werker vraagt een gezinslid de rest van het gezin op te stellen in een tableau vivant, Hierin wordt gesymboliseerd hoe de betreffende persoon de gezinsrelaties in het verleden, het heden[2], de toekomst of misschien in een typerende situatie waarneemt.”

De deelnemer wordt uitgenodigd om zichzelf en de partner een plaats in de ruimte te geven om zo te laten zien hoe zij de relatie beleven.

Men wordt dus eigenlijk gevraagd beeldend de relatie(het probleem verhaal) uit te beelden. Ik denk dat we dit uit het keuzevak ook herkennen. In plaats van poppetjes worden nu de cliënten zelf gebruikt om het te laten zien. Ook tijdens deze activiteit worden vragen gesteld over de situatie. Alleen nu kunnen de ‘poppetjes’ praten, dus in plaats van aan het poppetje te vragen hoe het is om hier te staan, kun je het nu aan de cliënt zelf vragen. De deelnemers kunnen als ware voelen welke betekenis het voor hen heeft om bijvoorbeeld zo neergezet te worden.

In het tweede deel van deze activiteit wordt gevraagd aan de deelnemer om zichzelf en de partner nogmaals neer te zetten, maar vanuit het perspectief van de gewenste relatie. Dus welke betekenis ze eigenlijk het de relatie/het verhaal zouden willen geven.

Het gaat hier meer over de andere betekenis.

 

Fase 2

In deze fase staan de volgende vragen centraal:

Wat maakt het de cliënten zo moeilijk om te veranderen?

Wat houdt het probleemverhaal in stand?

Er is hier specifieke aandacht voor de verwachtingen vanuit het gezin van herkomst en aan cultureel dominante verwachtingen ten aanzien van mannen en vrouwen en ten aanzien van de partnerrelatie.

 

Herkenbare activiteit

Herkenbaar is de activiteit waarin de deelnemers hun levensverhaal in beeld zetten met behulp van een genogram.

Deelnemers moeten van tevoren nadenken over bepaalde dingen zoals;

-         de plek die zij innamen in hun gezin van herkomst

-         kwaliteiten die zij hebben ontwikkeld

-         kwaliteiten die zij hebben gemist.

Wanneer we naar de bijeenkomsten van het keuzevak kijken, hebben we in de zevende bijeenkomst het gehad over de ‘fasen in de ontwikkeling van een narratief’. In fase één staat dat de cliënt zijn levensloop vertelt, aangevuld met feitelijke gegevens. Dit gebeurt dus nu ook binnen de groep. Een herkenbaar punt dus.

 

Fase 3

In deze fase wordt door de therapeuten gebruik gemaakt van verschillende werkvormen. Dit doen zij om uitzonderingen op het probleemverhaal te belichten en te versterken. Het is de bedoeling dat de deelnemers een vorm gaan geven aan hun andere verhaal.

 

Herkenbare activiteit

In deze fase interviewt de therapeut op een gegeven moment het paar tegenover de rest van de groep. Er wordt gericht gevraagd naar bereikte en gewenste veranderingen. Dus naar het andere verhaal.

Wanneer dit gebeurd is bespreekt de rest van de groep ten overstaan van het geïnterviewde paar, wat het paar zou kunnen doen om de gewenste ontwikkelingen te ondersteunen. In deze bespreking wordt ook gekeken naar wat het bij de toehoorders oproept. Welke associaties kunnen zij geven? Welke suggesties kunnen zij geven. Ze fungeren dan als reflecting team.

 

Deze activiteit hebben wij eigenlijk in de klas ook gedaan. Wij hebben ook bij een cliëntverhaal associaties gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

Kan ik later in het algemeen maatschappelijk werk (AMW) narratieve aspecten gebruiken?

 

Allereerst hier een citaat van de definitie van het algemeen maatschappelijk werk;

“Het AMW is een vorm van hulpverlening voor mensen  die problemen hebben bij hun persoonlijk en maatschappelijk functioneren. Deze problemen kunnen praktisch, materieel of immaterieel zijn. De hulpverlening, die overwegend procesmatig verloopt, kan personen betreffen of groepen, (echt)paren of gezinnen en er kunnen verschillende agogische technieken en methodieken gehanteerd worden.” [3]

 

Ik ben van mening dat ik straks tijdens mijn werk als algemeen maatschappelijk werker wel degelijk gebruik kan maken van narratieve aspecten tijdens de hulpverlening. Ik ben tot deze conclusie gekomen door middel van de gesprekken die ik heb gehad met mensen uit het algemeen maatschappelijk werk en uit de psychotherapie, maar ook door de ervaring van mijn stage in het algemeen maatschappelijk werk.

 

Ik denk dat de narratieve aspecten bij sommige cliënten heel goed kunnen helpen. Het is een soort zijdeur om tot een goede ‘oplossing’ te komen. Waar je met rechtstreeks praten niet uit kan komen, kun je met narratieve aspecten misschien wel komen.

De volgende narratieve aspecten spreken mij erg aan;

-         ingaan op de betekenis van het probleem/verhaal voor iemand.

-         uitbeelden met behulp van sculpting, in samenwerking met het gewenste beeld. Beeldende werkvormen kunnen namelijk ook helpen om op het spoor te komen van het andere verhaal.

 

Eigenlijk waar narratieve therapie voor staat, het komen tot een ander verhaal. Alleen vind ik wel dat je wel bij je doelgroep moet blijven. Kijk aspecten kun je gebruiken, maar je moet niet zomaar in de wilde weg wat gaan doen. Wanneer iemand beter geholpen kan worden bij een therapeute, moet je daar als maatschappelijk werker zelf niet mee door gaan.

 

Bronvermelding:

-         G. van der Stouw, Inleiding in theorie en praktijk, Wolters-Noordhoff, Groningen 1999

-         J.B. Burnham, Inleiding  in de gezinsbehandeling, HB uitgevers, Baarn 2001

-         http://www.massey.ac.nz/~alock/virtual/narrativ.htm

 

Daarnaast gebruik gemaakt van de volgende zaken:

-         handleiding Narratieve Sandplay inclusief de los verkregen documenten, Paul Berkers

-         Draaiboek ‘Op zoek naar een ander verhaal’, Hanneke Lafeber

-         Verschillende interviews

 



[1] http://www.massey.ac.nz/~alock/virtual/narrativ.htm

[2] H.B. Burnham, blz. 140

[3] G. van der Stouw, blz. 198