Narratieve Sandplay                                                                               13-02-2008

Beeldcommunicatie

 

Gemaakt door: Student bij docent P.Berkers bekend.

Opleiding: SPH

Klas: SV4E

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Mijn naam is “Student” en ik ben een vierdejaarsstudent aan de SPH in Nijmegen. Ik heb dit verslag gemaakt in opdracht van Paul Berkers voor de keuzemodule Narratieve Sandplay. Deze keuzemodule bestaat uit 7 bijeenkomsten met bijhorende literatuur en een verdieping in mijn eigen werksituatie.

In het verslag zul je mijn logboek vinden waarin ik verwerkt heb wat er elke les is gebeurd en wat mijn bevindingen waren van deze les. Van les 6 heb ik niets omdat ik toen niet bij de les was. Van de overige lessen heb ik mijn bevindingen beschreven en de foto’s van die les toegevoegd.

Daarnaast vind je mijn eigen onderzoek. Dit onderzoek heb ik gedaan met een kind waar ik zorg voor draag via een persoonsgebonden budget (pgb). Ik heb mijn onderzoek gericht op het inzetten van Narratieve Sandplay bij een kind met Asperger, 8 jaar. Ik heb hier gekeken bij wat het aantrekkelijk maakt voor het kind om te praten over zijn gevoelens. Het kind L waar ik mee heb gewerkt is een jonge die totaal niet houdt van praten over zijn gevoelens. Daarnaast is zijn keuze voor speelgoed selectief. De materialen die wij zelf gebruikt hebben zoals lego poppetjes spreken hem totaal niet aan. Ik heb mijn onderzoek gericht op de aansluiting bij deze problematiek en de vormgeving ervan.

 

 

Onderzoek

 

Opzet

Mijn onderzoek ga ik doen bij een 8 jarige jongen met het syndroom van asperger.

 

Het syndroom van Asperger, of aspergersyndroom, is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die tot het autismespectrum wordt gerekend en wordt gekenmerkt door moeilijkheden in de communicatie, en beperkte en intense interesses. Het belangrijkste verschil met een autistische stoornis is de taalontwikkeling; in tegenstelling tot kinderen met autisme, is de taalontwikkeling van kinderen met asperger normaal en in sommige gevallen zelfs sneller dan normaal. Bij het syndroom van Asperger horen wel sociale problemen, gebrek aan inlevingsvermogen, de voorkeur voor stereotiepe bezigheden en de afkeer van veranderingen[1]

 

Zoals hierboven staat beschreven heeft iemand met asperger moeilijkheden met communicatie en beperkte en intense interesses.

Mijn cliënt, die in dit verslag verder L wordt genoemd, is iemand die ook bepaalde intense interesses heeft. Uit mijn ervaring met L weet ik dat hij niks geeft om speelgoed als lego, playmobil en andere soorten speelgoed waar je mee kunt bouwen of een fantasie spel kan spelen.

Daarom wil ik mijn onderzoek hier op afstemmen. L geeft dus niets om de spullen die gebruikt worden bij de Narratieve Sandplay zoals ik in de lessen heb gedaan. Daarom wil ik kijken hoe ik toch aan kan sluiten op L zodat hij via een afgeleide van de Sandplay zijn verhaal kan doen.

Ik zal 4 weken lang elke week een stap nemen. Ik neem het experiment ook op met een videocamera zodat ik daarna de beelden terug kan zien en mijn bevindingen objectiever kan maken.

 

Mijn onderzoeksvraag: Hoe kan ik aansluiten op L zijn behoeften zodat hij zijn verhaal kan vertellen via de sandplay.

 

Stap 1

Ik ga mijn onderzoek uitvoeren in 4 stappen waarvan er één keer per week een stap wordt uitgevoerd. Ik ga eerst kijken hoe L reageert op de sandplay zoals ik het geleerd heb in de lessen. Ik heb een bak geregeld met zilverzand en heb verschillende soorten speelgoed gebruikt. Er is voor L een ruime keuze uit het speelgoed waar hij zijn verhaal mee kan doen.

Ik ga kijken hoe hij reageert op de opdracht en hoe het hem aanspreekt. Ik doe dit door aan het einde vragen te stellen die gaan over de activiteit. L is verbaal sterk en ik verwacht dat hij antwoord kan geven op de vragen.

 

Stap 2

Bij stap 2 ga ik de sandplay bak gebruiken met een levenslijn erin. Ik wil L deze keer met dezelfde materialen laten werken als bij stap 1. Zo kan ik kijken of L meer afkeer krijgt of het materiaal meer gaat accepteren. Na deze activiteit zal ik kijken wat mijn bevindingen zijn. Daar zal ik stap drie op afstemmen.

 

Stap 3

Stap drie kan twee kanten op gaan. Als L het materiaal bij stap twee meer gaat accepteren dan ga ik variatie brengen met hetzelfde materiaal. Ik ga dan onderzoeken welke variatie het beste aansluit bij zijn behoeftes. Zo werk ik toch met het materiaal en probeer ik te onderzoeken waarom de interesse voor het materiaal toe neemt.

Als L meer afkeer tegen het materiaal toont zal ik ander materiaal in gaan zetten wat aansluit bij zijn intense behoeften. Zover ik nu weet heeft L een grote interesse in puzzel,- kleur/ spelboeken.

 

Stap 4

Bij stap 4 ga ik kijken of stap 3 bevestigd wordt. Stap 4 is de na controle van het proces. L zal na verwachting bij stap 4 een goed gesprek kunnen voeren aan de hand van de sandplay afgestemd op zijn interesses en behoeften. Met de resultaten ga ik mijn conclusie trekken.

 

Dit onderzoek is gericht op 1 persoon. Als dit onderzoek succesvol is kan ik bewijzen dat de sandplay een breed inzetbare therapie kan zijn waarin afstemming op de cliënt mogelijk is. Het los kunnen laten van de standaard denkbeelden van de Sandplay wordt dan door mij gezien als verbreding van de inzetbaarheid van de therapie.

 

 

 

De uitvoering

 

Stap 1

 

Voorbereiding

Ik zet van te voren alles klaar bij mij op zolder. Leg alles op de grond omdat L graag op de grond zit en hij zo ook goed geaard is. Ik heb de bak met zilverzand al klaar zodat het meteen duidelijk is hoe de bak en het zand gecombineerd worden.

Het speelgoed zet ik nog apart zodat er geen directe afkeer is voordat we beginnen.

Ik haal L op uit school en weet van voorheen dat hij zal vragen wat we gaan doen. Ik zal daarom in de auto al uitleggen wat we ongeveer gaan doen. Zo roep ik geen onnodige spanningen bij hem op. Wanneer hij dingen niet begrijpt zal ik hem vertellen dat hij het vanzelf ziet als we beginnen.

 

De uitvoering

L vraagt in de auto meteen wat we vandaag gaan doen. Ik vertel hem dat we met de Narratieve Sandplay gaan werken. Ik noem dit expres zo om L zijn interesse op te werken. L is namelijk dol op moeilijke woorden. Als ik het aan hem uitleg begrijpt hij het vrij snel. L blijft wel zoals gewoonlijk doorvragen zodat hij alles onder controle heeft. Als ik zijn vragen rustig heb beantwoord lijkt hij er wel zin in te hebben. Dit zie ik aan zijn lach op zijn gezicht en ik heb het ook aan hem gevraagd. Zijn antwoord was bevestigend.

 

Thuis aangekomen op de zolder gaat L meteen voor de bak zitten en begint met het zand te spelen. Je ziet meteen dat het een sensopathische uitwerking heeft. Hij laat het zand door zijn vingers glijden en geniet van de aanraking.

Na een paar minuten begin ik. Ik leg nog een keer uit wat we gaan doen en pak het speelgoed erbij. L trekt meteen een vies gezicht en zegt ‘iiihhhh ik hou niet van lego’. Ik vertel hem dat het niet gaat om het moeten bouwen maar om het vinden van de spullen bij je verhaal. L lijkt nog niet helemaal overtuigd. Ik laat L beginnen met zijn opdracht. Ik wil dat hij neer gaat zetten wie de belangrijke mensen om hem heen zijn. Ik licht dit toe door te zeggen de mensen die hij leuk vind en waar hij het leuk van vind om bij te zijn. L lijkt goed te begrijpen wat ik bedoel. Hij zet als eerste zichzelf in de bak en daarna verschillende mensen om hem heen. Je ziet dat L het moeilijk vind om te kiezen wie hij neer moet zetten. Als hij klaar lijkt te zijn begin ik met de vraagstelling op de Narratieve manier. L begint te vertellen en benoemd alleen wie de poppetjes zijn. Daarna ga ik in op de verbanden tussen de poppetjes. L komt er al snel achter dat hij veel mensen vergeten is. Ik laat hem daarna de overige personen erbij zetten. L geeft goed antwoord op de vragen maar daar blijft het bij. L vraagt een aantal keer hoe lang het nog duurt en of we iets anders gaan doen. Wanneer ik L opleg dat we iets anders gaan doen als dit klaar is geeft hij aan dat hij geen zin meer heeft. Daarna gaat hij toch door met het antwoord geven op mijn vragen. L is verbaal wel sterk maar vind het moeilijk om over zichzelf en dingen om hem heen te praten. Dit is dan ook duidelijk te merken. Over de ouders verteld L het meest. Wanneer hem gevraagd wordt hoe dicht hij zichzelf bij zijn broertjes ziet staan geeft hij een verrassend antwoord. L laat zien dat hij ze beide net zo leuk vind en heel dicht bij ze durft te zijn. De praktijk laat vaak het tegenovergestelde zien. Ik weet echter nog wel van mijn 3e jaarsstage waar ik L heb leren kennen dat hij goed is in het geven van sociaal correcte antwoorden. Ik neem dit dan ook mee in mijn gedachtegang over de informatie die L mij geeft.

Als ik kijk na hoe L om gaat met het materiaal lijkt hij er niet veel van te genieten. Hij pakt lukraak maar poppetjes en zet ze neer. Ik merk zelf een duidelijk afkeer tegen het materiaal en dit laat L verbaal ook duidelijk merken. L geeft ook korte antwoorden waar ik ook uit op haal dat hij er snel van af wil zijn. In een normaal gesprek geeft hij namelijk wel uitgebreidere antwoorden.

Als de activiteit is afgelopen, slaakt L een diepe zucht en zegt ´hehe dat werd tijd´.

 

Bevindingen

L toont een duidelijke afkeer tegen het materiaal. Hij lijkt al meteen bevooroordeeld te zijn als hij de lego ziet. L is niet gemakkelijk om te praten en dit laat hij ook constant duidelijk merken. Buiten de afkeer tegen het materiaal kwam er tijdens het gesprek wel wat op gang. Het leek erop dat L wel wilde praten maar werd afgeremd als hij zich weer besefte dat hij de Lego niet leuk vond.

L zijn motivatie was voor dat we begonnen een stuk groter dan tijdens de activiteit. L bleef wel constant met het zand spelen. Hier haal ik uit op dat dit materiaal wel aansluit op de behoeftes van L. Ik heb erg mijn vraagtekens bij het onderzoek voor volgende week. Ik ben benieuwd of L meer aansluiting zal vinden met het materiaal als hij het een tweede keer doet.

   

 

Stap 2

 

Voorbereiding

Ik zet de spullen weer klaar op zolder. Ik zal L ook deze keer weer van te voren vertellen dat we hier mee aan het werk gaan. Ik koppel er een beloning aan vast als hij goed zijn best doet. Ik doe dit om te kijken of L zijn mening over lego en het speelgoed kan bijstellen als er iets tegenoverstaat.

 

De uitvoering

Als we in de auto zitten wordt L niet vrolijk als ik hem verteld dat we weer hetzelfde gaan doen als de week ervoor. L toont een grotere afkeer tegen het materiaal dan voorheen. Als we op zolder komen gaat hij zitten en stelt veel vragen over de tijd wat we dan precies doen enz. L begint toch mee te werken. Ik geef hem de opdracht dat hij met behulp van zijn levenslijn mag vertellen wat zijn belangrijke dingen uit het leven zijn. Ik geef hem wat voorbeelden zoals: het halen van je zwemdiploma en een verjaardag. L begint wat dingen neer te zetten en zegt ‘dit was toen ik op de verjaardag van oma was en dit is toen ik naar de efteling ging, zijn we nu klaar !!!’ L had er duidelijk geen zin in vandaag. Ik stimuleerde hem nog en koppelde terug naar het toetje dat hij mocht uitkiezen als het goed ging. L reageerde met ‘ik hoef geen toetje’. Omdat ik niet de gehele dag eronder wilde laten lijden en ik genoeg had gezien voor het onderzoek ben ik eerder gestopt. Ik vond het ook belangrijk dat L geen clowneske uitbarsting kreeg, dit gebeurd thuis wel vaak en dat is vaak erg hectisch.

 

Mijn bevindingen

Het lego had een grotere afkeer dan voorheen. Zoals ik ergens ver weg al had verwacht werkte L niet mee met het onderzoek. Een beloning hielp ook niet. Dit was zeer verrassend omdat dit voor L vaak wel werkt. Vooral als hij weet dat iets maar een half uur duurt. Ik heb L uitgelegd dat we stopte omdat het niet op een goede manier verliep. L leek zich daarna wel schuldig te voelen want hij deed aardiger dan normaal. Voor de volgende week ga ik zitten op nieuwe materialen die wel aansluiten op de behoeftes van L.

Ik heb ’s avonds verslag gedaan bij ouders en nagevraagd waar zijn interesses lagen. Ik heb een aantal van zijn spullen mee genomen zodat ik die de week erna in kon zetten.

De spullen bestonden uit:

-          Sudoku puzzels

-          Kleurboeken

-          Spullen van diddle ( een muizencartoon waar L dol op is)

-          Gummetjes in de vorm van auto’s

 

Stap 3

 

Voorbereiding

Ik heb de spullen van L goed bekeken. Ik heb daarna bedacht hoe er met deze spullen toch iets verteld kon worden. Ik heb zo bedacht dat de sudoku’s konden staan voor bepaalde dingen die moeilijk zijn of gemakkelijk. De afbeeldingen uit de kleurboeken konden staan voor bepaalde personen om hem heen. De gummetjes konden staan voor een auto of versterking van iets door middel van kleur. De spullen van diddle kunnen staan voor zijn eigenheid, zijn vriendinnetje, en andere leuke dingen in zijn omgeving.

 

Uitvoering

Ik heb L verteld dat we weer met de bak en het zand gingen spelen maar niet met de lego. L keek mij vragend aan. Hij zegt wat gaan we dan doen. Ik heb hem toen verteld met welke spullen we gingen werken. L keek meteen vrolijk en vroeg hoe ik aan de spullen kwam. Daarna vroeg L welke spullen ik dan had. L was ,voor mij zeer verrassend, ineens heel enthousiast.

Toen we op zolder kwam bekeek L meteen de spullen. Zijn moeder had spullen mee gegeven die hij al even niet meer had gebruikt. L genoot van de spullen en vooral de spullen van diddle.

Toen begonnen we met de Sandplay. Ik vroeg hem of hij afbeelding van diddle en de andere dingen wilde zoeken van mensen uit zijn klas. Dit mogen leuke en minder leuke mensen zijn. L ging heel fanatiek aan de slag. Eerst pakte hij een diddle post it plaatje. L zei dit is mijn leraar en begon hard te lachen.

Daarna ging L constant lachend verder hij doorzocht zijn kleurboek en knipte er plaatjes uit. Op een gegeven moment knipte hij een sudoko uit en zei ‘dit is Erwin die kan bijna net zo goed rekenen als ik’. L had al zijn klasgenoten in de bak gezet. Toen begon ik met vragen stellen. Ik vroeg of L kon zeggen wie nou wie was en wat hij van ze wist. L pakte dit goed op en begon bij de meester. Hij vertelde dat de meester vaak grapjes maakte. Ik merkte dat ik de vragen niet te open kon stellen omdat L dan niet veel met de vraag kon. Bij sommige poppetjes moest L even nadenken wie hij er ook al weer mee bedoelde.

Het proces verliep echt zeer verrassend goed. Normaal zit L erg op de tijd en ik had hem verteld dat het maximaal een half uur zou duren. L wilde daarna toch doorgaan en zocht mama uit ‘dit was een tekening van een aap’. Hij begon er erg om te lachen en had veel plezier om zijn eigen grappen. Ik heb L bewust in zijn humor gelaten zodat hij zich veilig voelde bij de activiteit en de motivatie steeg.

Na 35 minuten zijn we gestopt. L vertelde bij zijn klasgenoten redelijk standaard dingen maar je zag duidelijk dat hij de persoon voor de geest haalde. L bleef constant in de bak kijken en richtte zijn blik nauwelijks naar mij toe. Ik haal hier uit op dat L het verhaal echt beleefd in de bak. L vond het niet erg als ik iets uit de bak aanraakte of oppakte. L vond het erg leuk wanneer ik ook een grapje maakte over bepaalde plaatjes.

 

 

 

Mijn bevindingen

Het was een succesvol experiment vandaag. De spullen sloten goed aan op zijn behoeftes. L vertelde meer over zijn omgeving dan dat hij normaal doet. Je zag duidelijk dat L genoot van het materiaal. L houdt normaal erg humor en nu maakte hij er zijn eigen cabaret voorstelling van. Je zag duidelijk dat L meer contact het met het materiaal dan anders. L pakte een auto gum en koppelde dit aan Siebe uit zijn klas. Siebe had het altijd over de auto van zijn vader. L pakte een rose auto gum want hij vond het heel grappig als de vader van Siebe een rose auto zou hebben.

Ik vond het deze week zeer goed gaan toen ik het aan ouders vertelde waren ze ook erg enthousiast ze hoorde dingen over zijn klasgenoten die ze zelf nog nooit hadden gehoord. Ik haal daaruit op dat de Narratieve benadering met de Sandplay een positief effect heeft op het uiten van de belevingswereld van L.

 

Stap 4

 

Voorbereiding

Ik had de spullen van L van de vorige keer terug gegeven aan ouders en heb samen met hen naar nieuwe spellen gezocht. Ik kreeg een hele map mee met diddle plaatjes, briefpapier, post it en kaarten. Daarnaast had ik nog twee spel boeken mee genomen en 4 poppetjes van diddle.

Ik heb een probleem van L bedacht omuit te werken en heb daarop aansluitend bijhorende plaatjes gezocht.

 

Uitvoering

Omdat het de week ervoor zo goed ging met het materiaal wil ik deze keer een probleem van L gaan uitdiepen. Ik had van te voren na gedacht over welk probleem en kwam tot het volgend: L wil van de ene kant graag op een sport. Dit gaat niet omdat L de spanning dan te groot vind om er voor de eerste keren na toe te gaan. Hier wilde ik op in gaan. Ik heb daarom plaatjes van allerlei sporten uitgeprint en die naast de sandplay bak gelegd.

Toen we begonnen vertelde ik dat dit de laatste keer was. Ik was erg blij met de volgende keer en heb L beloofd dat als het vandaag ook goed zou gaan we bij de mac donalds zouden eten. L was erg enthousiast. Hij vroeg voor de zekerheid nog wel een keer na of het wel zonder lego was. Toen ik dit bevestigde riep hij rustig oke. Ik vertelde L over zijn probleem dat hij graag op gymles wil omdat zijn broertje nu ook sport (voetbal). L zei al meteen ja maar dat durf ik niet. Ik heb daar op ingespeeld van dat L eerst de bak vol moest bouwen met waarom hij gymles leuk vond. Daarna liet ik hem een aantal kinderen neerzetten in de bak zoals hij verwachtte hoeveel dat er mee zouden doen met een gymles. Daarna liet ik hem zichzelf neerzetten op een plek waar hij de eerste keer zou willen zijn als hij mee zou doen. L zette zichzelf toen buiten de bak met een diddle poppetje. De andere poppetjes had hij allemaal hetzelfde gemaakt met kleine diddle post it kaartjes. L had 12 kinderen neergezet omdat er ook zoveel in zijn klas zaten. Hij dacht dat het bij een gymles als sport ook zo zou zijn. Daarna ben ik ingegaan op zijn positie. Het viel me op dat L goed mee deed en echt na dacht over waar hij zou willen staan en wat hij zou willen doen. We zijn zo stap voor stap door gaan nemen hoe hij zelf zou willen dat het zou gaan. Toen vroeg ik hem na een tijdje of hij dit in het echt ook zou durven. L knikte meteen nee. Toen ik vroeg waarom niet zei hij meteen ‘dat is te spannend’. Ik denk dat hij het in de bak wel deed omdat hij graag zou willen dat het zo zou gaan. De stap om het echt te doen is toch te groot.

L zag zelf wel een oplossing en verzon die ook zelf. L gaf aan dat hij eerst een paar keer wilde kijken vanaf de zijkant maar dat niet iedereen hem kon zien. Daarom ging L met zijn poppetje achter de rand van de bak zitten.

Toen merkte ik dat L al veel had verteld en veel had nagedacht. Ik heb de activiteit toen langzaam afgebouwd en heb L veel complimenten gegeven voor zijn eigen oplossingen.

 

Mijn bevindingen

L heeft het goed gedaan en de narratieve benadering liet L dit keer zelf het werk doen. Ik denk dat het zo goed aansloot omdat L zijn onveilige situaties nu zelf in de hand kon houden op zijn manier. Het werken met de diddle werkte voor hem het meest vertrouwd. L bladerde zijn map grondig door en zocht de leuke plaatjes. Met de plaatjes van de sport deed hij niet veel. L gebruikte het zand om dingen aan te geven. Het was een succesvol experiment en L heeft veel bereikt in mijn ogen. Aan het eind van de activiteit leek L ook trots te zijn op wat hij had gedaan. Ik denk dat je bij iemand met asperger echt moet aansluiten op zijn interesse als je iets wil bereiken met de Narratieve Sandplay.

 

 

Narratieve Sandplay en asperger een kwestie van aansluiten op interesse

Geschreven door Student, 4e jaars student sph 2008

In opdracht van: Paul Berkers keuzemodule Narratieve Sandplay

 

De Narratieve benadering is een gespreksvoering waarbij je uitgaat van de mens als verhalen verteller. Je voert een gesprek met een cliënt waarbij je als gespreksleider zo weinig mogelijk invloed op het verhaal van de cliënt. De cliënt bepaald zelf wat er verteld wordt en wat niet.

De Sandplay is een vorm van beeldcommunicatie waarbij je met behulp van bijvoorbeeld speelgoed jou probleem situatie neerzet waar je over verteld. Doordat je het probleem zelf neerzet is het te overzien en is het gemakkelijker om over je probleem te praten.

Bij de beeldcommunicatie wordt veel materiaal gebruikt dat bestaat uit lego poppetjes sleutel hangers en ander figuren waar mee je iets neer kan zetten.

In de Geestelijke gezondheidszorg kan ook goed gewerkt worden met de Narratieve Sandplay. Je kunt dit uitvoeren met volwassenen maar ook met kinderen. Kinderen voelen zich vaak aangetrokken tot speelgoed als lego, barbies en andere figuurlijke poppetjes en omgevingsvoorwerpen. Echter als je met een persoon werkt met het syndroom van asperger kan dit heel anders werken. Bij het syndroom van asperger heb je namelijk te maken met mensen die maar beperkte interesses hebben. De materialen als Lego ed kunnen dan een afkeer oproepen bij de cliënt waardoor je niet de kern van het gesprek naar boven kunt halen.

Daarom heb ik een onderzoek op gestart met een jonge van 8 jaar met het syndroom van asperger. Deze jonge heeft een grote afkeer tegen lego. In het onderzoek zijn er vier experimenten geweest. De eerst keer ging de jonge aan het werk met een platte bak met zilverzand en lego. Hij kreeg de opdracht om daarin neer te zetten wie zijn belangrijke personen in zijn omgeving waren. Dit ging nog vrij vlot al hoewel de jongen duidelijk aangaf niet veel met het materiaal te hebben en wilde liever stoppen. De jongen werkte mee aan de opdracht maar dit bracht nog niet naar boven wat je normaal bereikt met het inzetten van de Narratieve Sandplay.

In week twee kreeg de jongen dezelfde materialen met een ander opdracht. Het doel van dit experiment was om te kijken of de jonge na de twee keer het materiaal meer zou waarderen of er een grotere afkeer tegen kreeg. Dit laatste was het geval. De jonge werkte nauwelijks mee aan het experiment en een vooraf gestelde beloning kon hem niets meer deren. Het experiment is uit veiligheid voor het kind daarom ook eerder stop gezet.

De derde week werd er gewerkt met materiaal dat aansloot op de intense interesses van het kind. Dit waren puzzels, diddle spullen en kleurboeken. Met een creatieve wending kon het kind opnieuw zijn verhaal neerzetten. Dit keer moest het kind zijn klas neerzetten in de klas. Het resultaat was in verhouding tot de eerste twee weken duidelijk anders. De jongen speelde op een vrolijke en enthousiaste manier met de bak het zand en zijn eigen waardevolle spullen. Het kind had zelf niet eens meer door dat het zoveel informatie gaf. Normaal wil een persoon met asperger niet veel van zijn eigen persoonlijke gedachtegang bloot geven. In dit geval werd door de jongen alles bloot gegeven.

In het vierde en laatste experiment werd de jongen met de zelfde materialen gevraagd of hij zijn probleem kon neerzetten over de spanning die hij krijgt bij een sport. De jongen uit het experiment wil graag op een sport maar durft niet omdat hij het te spannend vind om er na toe te gaan. Daarom werd in de Sandplay bak de situatie uitgezet door de jongen van een volle gymzaal. De jongen kon zijn eigen positie weergeven waar hij zelf het liefste zou staan bij de eerste keer sporten. De jongen gaf veel bloot van zijn spanningen en verzon zelf een manier hoe hij er mee om kon gaan. De jongen vertelde in het verhaal dat hij na een paar keer kijken wel mee zou willen doen met de sport. Maar dan wel een kwartiertje omdat het anders te lang was.

Deze succesvolle uitkomsten bleken in het begin onmogelijk omdat de standaard spullen niet aansloten bij de intense interesse van het kind. Na een specifiek onderzoek na zijn interesses en het inzetten van deze interesses bleken de resultaten overweldigend te zijn. De jongen gaf veel meer bloot en bereikte veel met de gesprekken voor zichzelf. Ook ouders stonden te kijken van de informatie die het kind uit zichzelf gaf.

Daarom kunnen we concluderen dat het inzetten van de Narratieve Sandplay een kwestie is van aansluiten op de juiste interesses.

 

 

Nawoord

 

Ik wil Paul Berkers graag bedanken voor zijn lessen. Vooral de lessen waar we het proces zelf mochten beleven hebben veel met mij gedaan. Ook tijdens het onderzoek kwam er veel na boven. Ik zal deze benadering ook zeker mee gaan nemen in mijn latere werkveld als sociaal pedagogische hulpverlener. Het heeft mij overtuigd van de kracht en de waarde ervan.

Het doen van het onderzoek heeft mij veel inzichten gegeven en het heeft de band tussen L en mij versterkt. Ook het enthousiasme van ouders heeft mij gemotiveerd om hier later meer mee te doen.

 

 

 



[1] http://nl.wikipedia.org/wiki/Syndroom_van_Asperger