Het stellen van (socratische) vragen.

 

Samenvatting: Christine Padesky,
Socratic Questioning: Changing Minds or Guiding Discovery.

 

Sommige vragen zijn beter dan andere!

Vind jij dat ook niet?†† Dat is er zo ťťn!Ik vraag om bevestiging van mijn bewering.
Meer niet, ook niet minder. Is dat een goede vraag?

 

Hoe weet je welke vragen te stellen?

In wat voor soort verhalen of dialoog zit je, waardoor jij jouw vragen stelt?

 

A) Vragen stellen om iemands gedachten gang te veranderen.

Je kunt zodanig vragen stellen dat jouw aanname van wat de ander aan denkfouten maakt haarfijn geŽxploreerd wordt.Je hoeft alleen nog maar te wachten op het moment dat de cliŽnt zegt: Aha, ik begrijp nu waar je naar toe wilt, en waarom jij me deze vragen stelt.

Dan ben jij de expert, die het allemaal allang door heeft en de ander nog even tot dit inzicht wilt brengen d.m.v. het stellen van deze vragen.

 

B) Vragen stellen om iemands ontdekkingen te (be) geleiden.

Bij deze werkwijze is het niet zo duidelijk waar de vragensteller naar toe wil. Je weet niet waar dit gesprek op uit draait. En dat is een goed teken !!!

Je stelt vragen om het standpunt van de cliŽnt t.a.v. bepaalde zaken duidelijker te krijgen. Het resultaat is dat de cliŽnt actiever deelneemt aan het gesprek.

Na verloop van tijd waarin de vragensteller en de cliŽnt kijken naar de ďontdekkingenĒ begint de vragensteller de cliŽnt te vragen hoe de cliŽnt zaken veranderd zou willen zien, en wat de cliŽnt zou kunnen doen om deze veranderingen te bewerkstelligen.Uiteindelijk gaat de vragensteller zich verwondert afvragen hoe de cliŽnt het succes van zijn pogingen zal beoordelen, waarderen en meten.

 

Belangrijk verschil in deze twee werkwijzen is, of je vragen stelt waarop je eigenlijk zelf het antwoord al weet, of dat je de cliŽnt nodig hebtom in samenspraak de ontdekkingen te doen die in zijn of haar verhaal besloten liggen.

 

Het stellen van Socratische vragen met inbegrip van (be)geleide ontdekking.

Socratische vraagstelling houdt in de cliŽnt vragen stellen die:

  1. de cliŽnt heeft de kennis om die te beantwoorden
  2. de aandacht van de cliŽnt trekken naar informatie die belangrijk is voor de punten waar over gesproken wordt, maar die tot nu toe buiten het focus van de cliŽnt liggen.
  3. die zich bewegen van het concrete naar het abstracte zodat
  4. de cliŽnt, uiteindelijk, de nieuwe informatie kan toepassen, dan wel een eerdere conclusie, constructie of idee kan herevalueren.

 

Ad 2 ) belangrijk is steeds om je te bezinnen of de vraag relevant is voor de ontwikkeling van het verhaal van de cliŽnt. Veel vragen zijn bij nadere beschouwing niet relevant voor de dialoog.

Ad 3) Vanuit een concrete ervaring kun je gemakkelijker vooronderstellingen, conclusies en emotionele reacties begrijpen.Na een concrete ervaring kan men door middel van socratische vragen te stellen op zoek gaan naar de meer abstracte aannames die met deze specifieke situatie verbonden zijn. Hoe kijkt de cliŽnt in zijn algemeenheid naar zichzelf, naar anderen of naar de wereld.?

Bijvoorbeeld door te vragen naar de opvattingen over ďgoed vaderschapĒ wat als aandachtspunt door de cliŽnt is ingebracht.†† Vanuit het verkennen van de meer abstract aannames kun je weer terug gaan naar het concrete, en de cliŽnt voorleggen of deze verkenning toegepast kan worden in de eerdere uitspraken van de cliŽnt, en of hij/zij zodoende tot nieuwe conclusies of constructies komt.

 

Socratisch gesprek met Persoonlijkheidsstoornissen:

Vooraf: De kerngedachte opsporen en bewustmaken.

1e fase:†††††††††††††††††††††††† Als begin van het toetsend en socratisch bevragen wordt aan de patiŽnt†† gevraagd om na te denken over de voor- en nadelen van deze kerngedachte.

(Belangrijk om geduldig de tijd te nemen voor het doorwerken van de vele situaties met negatieve en positieve automatische gedachten, samen met de patiŽnt, die zich langzaam meer bewustwordt van de Ďkerní van al deze verschillende situaties en opener wordt voor de onderliggende kerngedachten.

2e fase:†††††††††††† van het toetsend en socratisch bevragen:

Vragen of de patiŽnt wel eens vooroordelen heeft gehad die hij toch veranderd ††heeft.Hierbij kun je ook de zichtbare vooroordelen van anderen betrekken.

Er zijn ook vooroordelen over jezelf en anderen. Deze zijn in principe te veranderen, zij het met moeite.

Opdracht en huiswerk is om een lijst te maken met voor- en nadelen van vooroordelen.

 

Een gedachte of opvatting die meer voordelen dan nadelen heeft, zal in stand worden gehouden. Pas wanneer de balans negatief wordt is er kans op verandering.

 

 

Socratische vragen stellen bij de neerwaartse pijl techniek.

Te gebruiken om de Ďwortelsí bloot te leggen die aan de kerngedachten ten grondslag liggen.

 

De basis vragen zijn:

 

Om nieuwe opvattingen te creŽren, ga je vragen stellen in de trant van:

 

Nieuwe opvattingen ontwikkelen door de oude opvattingen uit te dagen door ze te confronteren met de meer functionele opvattingen van andere mensen.

Je gaat het perspectief van de ander invoeren om de vanzelfsprekendheid en het automatisme van de oude opvatting ter discussie te stellen. De volgende vragen kun je hierbij stellen: