Externaliserende vragen in relatie tot

Verslaafd Denken”.

 

Door  Tina Crowe[1]

 

1.     Hoe zorgt ‘verslaafd denken’ er voor dat je méér gebruikt dan je van plan was?

2.     Wat voor zaken/gedachten geven ‘verslaafd denken’ meer ruimte?

3.     Hoe zorgt ‘verslaafd denken’ er voor dat je gebruikt op tijden dat je het  (eigenlijk) niet wilt?

4.     Zorgt ‘verslaafd denken’ er voor dat je gelooft dat je niet in gevaar bent als je dat wel degelijk bent?

5.     Zorgt ‘verslaafd denken’ er voor dat je oneerlijk bent ten opzichte van jezelf?

6.     Welke emoties vergezellen ‘verslaafd denken’ die kunnen leiden tot gebruik of misbruik?

7.     Wat verteld het ‘verslaafd denken’ jou wat de reden is dat je drinkt?

8.     Zorgt het ‘verslaafd denken’ er voor dat je liegt over de hoeveelheid die je gebruikt?

9.     Overtuigt het ‘verslaafd denken’ jou ervan dat je in staat bent om te rijden hoewel dat in werkelijkheid niet zo is?

10.                       Van welke waarden is het ‘verslaafde denken’ in staat om jou van te scheiden?

11.                       Zijn er positieve verwachtingen die je verkiest waar ‘verslaafd denken’ je van weerhoudt?



[1] Vertaling Marjan Berkers & P. Berkers